Een weekend op Tholen: zo haal je alles uit je bezoek

Tholen ligt een beetje uit het zicht, ingeklemd tussen de Oosterschelde, het Schelde-Rijnkanaal en het Brabantse vasteland. Juist daardoor voelt een weekend hier als echt weg zijn, terwijl je vanuit de Randstad of Brabant er zo bent. Het voormalige eiland is vlak, ruim en rustig, met dorpen die elk hun eigen karakter hebben.

In dit artikel volg je een eenvoudige route: je begint in het vestingstadje Tholen, fietst door naar Sint-Annaland en eindigt in Stavenisse aan het water. Onderweg krijg je tips voor eten, fietsen en overnachten, zodat je zonder gedoe twee volle dagen kunt genieten.

Dag één: wandelen door vestingstadje Tholen

Begin je weekend in Tholen-stad, het oudste deel van het eiland. De oude vestingwallen en grachten zijn nog goed te herkennen en lenen zich prima voor een ochtendwandeling. Loop over de wallen, kijk uit over het water en neem daarna de straatjes richting het centrum.

Daar vallen vooral de grote gotische kerk en het sierlijke oude stadhuis op. Je hoeft geen kenner van architectuur te zijn om te zien dat Tholen ooit een welvarend handelsstadje was. Neem de tijd, want het centrum is compact en je ziet het meeste beter te voet dan met de fiets.

Wil je weten wat er tijdens jouw bezoek te doen is, zoals een markt, een concert of een tentoonstelling? Kijk dan vooraf even op tholenkrant.nl, waar je lokaal nieuws en informatie over Tholen en omgeving vindt.

Op de fiets naar Sint-Annaland

Na de lunch pak je de fiets. Tholen is vlak en heeft een goed netwerk van fietsknooppunten, dus je kunt makkelijk je eigen route samenstellen. Van Tholen-stad naar Sint-Annaland fiets je door een open polderlandschap met akkers, boerderijen en dijken. Houd wel rekening met de wind: op een eiland zonder heuvels bepaalt die hoe zwaar je rit wordt.

Sint-Annaland is een gezellig dorp met een jachthaven aan de Oosterschelde. Het is een mooie plek om even te pauzeren, bootjes te kijken en iets te drinken op een terras. Wie van geschiedenis houdt, kan in het dorp ook terecht bij het streekmuseum, dat meer vertelt over het leven op het eiland vroeger.

Zeeuws eten: wat je moet proeven

Je bent in Zeeland, dus laat de kans op vis en schaaldieren niet liggen. Rond de Oosterschelde staan mosselen en oesters vaak op de kaart, zeker in het seizoen. Ook een gebakken visje bij de haven past goed bij een dag op de fiets.

Heb je trek in iets zoets, zoek dan een Zeeuwse bolus: een kleverig, opgerold broodje met bruine suiker en kaneel. Het is ideaal als energievoorraad voor onderweg.

  • Mosselen of oesters uit de Oosterschelde
  • Een Zeeuwse bolus bij de koffie
  • Gebakken vis aan de haven
  • Streekproducten bij een boerderijwinkel

Dag twee: Stavenisse en de Oosterschelde

Op zondag fiets je door naar Stavenisse, aan de westkant van het eiland. Het dorp ligt direct aan de Oosterschelde en vanaf de dijk heb je weids uitzicht over het water. Bij helder weer zie je de overkant van Schouwen-Duiveland liggen.

Stavenisse werd in 1953 zwaar getroffen door de watersnoodramp. In het dorp herinnert een monument aan de slachtoffers. Het is goed om daar even bij stil te staan, omdat het laat zien hoe kwetsbaar dit gebied ooit was en waarom de dijken en Deltawerken zo belangrijk zijn. Daarna kun je over de dijk verder fietsen en genieten van de rust, de vogels en de zilte lucht.

Overnachten op het eiland

Voor een weekend op Tholen heb je verschillende soorten overnachtingen om uit te kiezen. In en rond de dorpen vind je bed and breakfasts, kleine hotels en vakantiehuizen. Wil je dicht bij het water slapen, dan is een verblijf in de buurt van Sint-Annaland of Stavenisse een logische keuze. Ook kamperen bij een boer of op een camping is populair, vooral in de zomer.

Boek in het hoogseizoen en tijdens feestdagen op tijd, omdat het aanbod op het eiland kleiner is dan in de grote badplaatsen. Neem je eigen fiets mee of huur er een in de buurt, zodat je niet afhankelijk bent van de auto.